Op donderdag 25 september 2014 publiceerde dagblad Trouw het opiniestuk van de voorzitter van het bestuur van KUNSTENISRAËL Els H. Swaab en directeur Ken Gould naar aanleiding van de discussie over een culturele boycot van Israël.

Artikel in Trouw, 25092014, jpg

Klik op het beeld; of indien het beeld niet makkelijk te lezen is volgt hier de oorspronkelijke tekst:

Afgelopen weekend vond een tweetal protesten plaats tijdens het theaterfestival Spot On Israel in Amsterdam. Niet alleen buiten het theater maar ook tijdens de voorstelling zelf lieten de demonstranten luid van zich horen. Burgemeester Van der Laan zei in een reactie: ‘Dat is over de grens. Buiten mag je protesteren wat je wilt, maar een voorstelling is een culturele uiting en die hoort bij de vrijheden van mensen. Daar blijf je van af.’ Wij onderschrijven deze woorden, want juist deze vrijheden staan momenteel bijzonder onder druk. 

De roep om een culturele boycot van Israël neemt toe als antwoord op de recente Gaza-oorlog. Ook als het niet specifiek om kunst uit Israël gaat is er een sfeer van boycot, zoals het weren van het Joodse filmfestival in Londen vanwege Israëlische sponsoring en de recente druk op Belgische kunstenaar Michaël Borremans om zijn kunst niet in het Tel Aviv Museum tentoon te stellen.

De afgelopen maanden neemt ook in Nederland het aantal vergelijkbare gevallen toe. Talloze Israëlische kunstenaars ondervinden tegenwerking bij de presentaties van o.a. hun muziek, beeldende kunst, dansvoorstellingen en films. Je kunt je afvragen: welk doel wordt gediend door het snoeren van de kunstenaarsmonden? Wat denken de voorstanders van een culturele boycot te bereiken met het uitsluiten van Israëlische kunstenaars van het internationale podium? 

Kunstenaars laten zich niet snel tot een verlengstuk maken van de staat en zijn politiek. Integendeel, ze zijn eerder kritisch en blijken keer op keer in staat om de werkelijkheid te doen kantelen. In het geval van Israël zijn kunstenaars vaak extra kritisch ten opzichte van hun eigen regering en het eigen leefklimaat. Denk aan schrijvers als Amos Oz, David Grossman, Edgar Keret, Sayed Kashua en Nir Baram, aan theater- en filmmaker Udi Aloni en danser-choreograaf Arkadi Zaides – er is een lange lijst Israëlische topkunstenaars die zich zeer kritisch ten opzichte van hun regering opstellen, kunstenaars die de complexiteit van het conflict tot in hun botten begrijpen en in hun werk zorgvuldig en verhelderend ontleden. Een internationale boycot verstomt deze stemmen en speelt juist de meest conservatieve geluiden in de kaart.

De bekende Israëlische romanschrijver Assaf Gavron deed op 4 augustus jl. in het NRC Handelsblad een treffende oproep aan de lezers en kijkers om juist het tegengeluid in de Israëlische samenleving, het geluid van de kunstenaars aan te horen. Nu Israël geassocieerd wordt met oorlog en geweld, wordt het hele land gelijkgesteld aan deze termen, terwijl de kunstenaars een andere blik op de werkelijkheid kunnen geven. “Wij worden gelijkgesteld met de meerderheid, we zijn onderdeel van het kwaad. Wij worden geboycot – academici, schrijvers, kunstenaars. (…) Wij proberen een andere, verstandige stem te presenteren, maar onze stem wordt niet gehoord (…)”

Deze roerige tijden tonen aan dat het goed is om alle geluiden van kunstenaars uit Israël te laten horen tot ver over de grenzen. Maar dan ook alle geluiden: Joods, Islamitisch, rechts, links, maar daarnaast ook die zonder religieuze of politieke bijbetekenis. Alleen op die manier is het mogelijk om een tunnelvisie bij het publiek over Israël te voorkomen. In die zin laten de demonstraties van afgelopen tijd zien dat kunst uit Israël juist moet worden gezien en gehoord.

Kunst kan debat aanzwengelen en doet een beroep op de verbeelding, waar de woorden van politieke of religieuze alledaagsheid klaarblijkelijk tekort schieten. Kunstenaars de mond snoeren is niet de manier om de wereld te veranderen. Geef kunstenaars de kans om door middel van hun kunst hun standpunten uit te dragen, welke dat ook mogen zijn. 

Els H. Swaab, voorzitter KUNSTENISRAËL 
Ken Gould, directeur KUNSTENISRAËL